Goed: nu weet je alvast dat je je geen zorgen moet maken – en dat je, ook als
uitzendkracht, net zoals alle andere werkkrachten recht hebt op vakantiedagen.
Het zou maar erg zijn als dit niet het geval was, nietwaar? Het enige wat je moet
weten, is dat de verloning op deze vakantiedagen (net zoals het vakantiegeld) op
een iets andere manier wordt uitbetaald. Wij vertellen jou graag waar de
verschillen zich precies bevinden!

 

Waar hebben we recht op?

 

Wanneer een werkkracht een volledig jaar in een 5-dagenstelsel werkt, dan heeft
hij of zij het jaar daarop recht op het minimum van 20 betaalde vakantiedagen.
Wanneer er sprake is van werken in een 6-dagenstelsel, dan heeft de werkkracht
in kwestie recht op 24 vakantiedagen.

 

Naast deze betaalde vakantiedagen, heeft iedereen ook recht op 10 wettelijke
feestdagen. Vallen deze dit jaar toevallig in een weekend? Maak je geen zorgen:
je hebt het recht om deze op een ander moment op te nemen. Het enige wat je
even moet navragen, is dat het vaststaat wanneer je deze kan opnemen, of dat
je dit zelf mag kiezen – dit hangt af van bedrijf tot bedrijf.

 

Arbeider, bediende of uitzendkracht: wat is het verschil?

 

Zoals eerder gezegd, hebben al deze statuten recht op vakantiedagen: het enige
verschil is de manier van uitbetaling. Kort samengevat, ziet het er als volgt uit:

 

1. De vakantiedagen van de arbeider worden niet door de werkgever
uitbetaald. De vakantiecheque die je in mei of juni krijgt, wordt
aangeleverd door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie, ook weleens
‘vakantiefonds’ genoemd.

 

2. Bij een bediende zit het iets anders: de betaling wordt bij hen gewoon
met de werkgever geregeld. Bijgevolg krijgen ze hun vakantiegeld gewoon
wanneer ze op vakantie zijn, zodat hun loon zoals gebruikelijk doorloopt.

 

3. En als uitzendkracht… Werkt het gewoon precies hetzelfde! Je hebt ook
recht op vakantiedagen en vakantiegeld – en deze dagen worden
eveneens berekend naargelang het aantal gewerkte dagen van het
voorbije jaar.

 

En wat als ik het voorbije jaar niet of te weinig heb gewerkt?

 

Wanneer dit het geval is, kan je even kijken naar volgende drie opties.

 

1. Jeugdvakantiedagen

Heb je in het jaar dat je afstudeert minstens één maand gewerkt? Dan heb je
recht op jeugdvakantiedagen. Deze dagen, met een totaal van maximum vier
weken, kan je opnemen na de uitputting van je gewone vakantie. Ga zeker eens
na bij je werkgever hoe je deze dagen moet aanvragen!

 

2. Aanvullende vakantie

Heb je reeds werkervaring en start of hervat je een bepaalde activiteit? Dan
bestaat er ook nog het recht op aanvullend verlof. Denk bijvoorbeeld aan…

 

 Loopbaanonderbreking
 Volledige werkloosheid
 Ouderschapsverlof
 Verlengde ongeschiktheid
 Afgestudeerden die geen recht hebben op jeugdvakantiedagen

 

Deze aanvullende vakantie geeft iedere werknemer, die een volledig jaar werkt,
het recht op vier weken vakantie. Heeft de werknemer in kwestie slechts zes
maanden gewerkt? Dan worden ook de vakantiedagen gehalveerd tot twee
weken.

 

3. Onbetaalde vakantie

Glip je tussen de mazen van elk vakantienet – of heb je toch nog nood aan meer
vakantiedagen? Dan kan je natuurlijk altijd nog onbetaalde vakantie aanvragen
bij je werkgever!

 

Zo! Heb jij hier nog vragen over? Aarzel dan niet om ons te contacteren met al je
(vakantie)vragen. Wij helpen je graag!